Govert Schilling te gast

 

Hij is druk. Er zijn optredens voor televisie en openbare lezingen, er moeten artikelen geproduceerd worden en dan is daar nog het grote boek over een belangrijke sterrenkundige ontdekking dat hoognodig moet worden geschreven. Maar tussen alle bedrijven door is er nu voor sterrenkundig journalist Govert Schilling even rust in het Limburgse Leudal. De telefoon staat uit, de mailbox blijft ongeopend. We gaan sterrenkijken.

De luxe vakantieboerderij in het Leudal heeft dikke muren en kleine ramen, een uitkomst tijdens de hittegolf die we daar eind augustus meemaken. De vele bomen om het gebouw heen zorgen bovendien voor voldoende schaduw. Of je nu binnen of buiten wilt zijn, het is er goed toeven.

Als het donker wordt, zoeken we het terras op. We hebben geen verrekijkers of telescopen bij ons. ‘Maar je kunt de kosmos prima ervaren door alleen maar te kijken en samen een beetje te babbelen over wat er in je opkomt’, zegt Govert Schilling. ‘Vroeg of laat gaat het dan toch altijd ook over wezenlijke dingen. Maar nu ga ik eerst samen met jou eens op mijn gemak naar de hemel kijken. Daar komt het vaak niet van. Laten we hopen dat het goed donker wordt straks.’

 

 

Terwijl hij zijn tuinstoel in de ligstand zet, vertelt hij over het ontstaan van zijn fascinatie voor sterrenkunde.

‘Net als heel veel anderen had ik in mijn jeugd een brede belangstelling. Ik las over de oertijd, ridders, vogels, noem maar op. En dus ook over sterren en planeten. Toen was er – het was 13 maart 1972 en ik was vijftien jaar – een sterrenkijkavond in Maarssen. Het was een kraakheldere avond, ik zag de maan van dichtbij en Saturnus met zijn ringen. Toen was ik verkocht. Ik wilde alles van het heelal weten. Dus ja, die plotselinge fascinatie overviel me een beetje, maar ik wist wel meteen: dit is het voor mij.’

 

Missie

 

Omdat hij ‘heel slecht zijn best had gedaan’ in 3 vwo moest Govert naar de havo en daarmee was de route naar de universiteit een tikje omslachtig geworden. In plaats van sterrenkundige is Govert wetenschapsjournalist geworden met als specialisatie sterrenkunde.

‘Dat heeft zoveel voordelen! Als sterrenkundige moet je je specialiseren in een heel klein deelgebiedje. Dan weet je veel van weinig. Als wetenschapsjournalist is het belangrijk dat je een beetje weet van veel. En ik vind bijna alles interessant in de astronomie. Het planeetonderzoek in ons eigen zonnestelsel, het onderzoek naar exoplaneten: dat zijn planeten bij andere sterren, waarvan sommige een beetje lijken op onze aarde en waarop misschien leven is... En natuurlijk ben ik geboeid door de vragen die iedereen zich stelt: hoe zit het met de oerknal, met zwarte gaten, met buitenaards leven? Die laatste vragen behoren al tientallen jaren tot de mondiale top 3 van de sterrenkunde. Ze spreken tot ieders verbeelding en dus ook tot de mijne.’

Geen wetenschappelijk onderzoek dus voor Govert, maar wel ontzettend veel onderwerpen om over te schrijven. Zijn missie: het populariseren van de sterrenkunde.

‘Ik wil mijn gevoel en mijn passie voor het heelal op anderen overbrengen. Als iemand zegt dat het heelal hem geen biet interesseert, denk ik meteen: Ga jij maar eens even zitten en laat mij je dan vertellen wat je allemaal mist, dan piep je wel anders. Ik probeer het heelal en wat zich erin afspeelt in herkenbare bewoordingen te beschrijven. In beeldspraak soms. Het heelal verdient het om heel mooi beschreven te worden. Er zijn zulke overweldigende gevoelens aan verbonden en die probeer ik toch te vangen in daarbij passende taal. Ik ben geen schrijver van leerboeken maar van enthousiasmeerboeken, om het zo maar te zeggen.’

 

Zomerdriehoek

 

Het is een heldere nacht, maar pikdonker wordt het niet. Toch zien we van alles voorbijkomen: vliegtuigen (rechte lijn en knipperend), satellieten (rechte lijn en niet knipperend) en vallende sterren (rechte lijn, slechts een of twee seconden zichtbaar). Govert wijst me op de zogenaamde Zomerdriehoek.

‘Kijk, je ziet drie heldere sterren die samen een grote driehoek vormen: Wega, Deneb en Altaïr. Veel sterrennamen komen uit de oude Arabische astronomie, vandaar dat ze je misschien wat vreemd in de oren klinken. Nu is het leuk als je je realiseert dat Wega zich op een afstand bevindt van 26 lichtjaren en Deneb op 1600. Ze zijn ongeveer even fel, dus dat betekent dat Deneb wel verschrikkelijk veel licht moet geven, want hij staat 60 keer zo ver weg als Wega. Zo krijg je een beetje een 3D-beeld van het heelal.’

 

Groots en nietig

 

‘Als je zo wat ontspannen naar boven ligt te turen, word je op den duur altijd wat gevoelig voor de grootsheid van alles’, zegt Govert. ‘Je gaat je dan vragen stellen over het steeds uitdijende heelal, je vraagt je af of het een rand heeft en wat daar dan weer achter ligt. Je verbaast je over de miljarden sterren die er zijn en de enorme afstanden ertussen, ook al kun je je daar geen voorstelling van maken. En vroeg of laat realiseer je je dan ook hoe nietig onze aarde is te midden van dat alles. En dat brengt je dan weer terug tot de problematiek van alledag.’

Tijdens een uitzending van DWDD over de ontdekking van zwaartekrachtgolven in 2015 – door Govert toen de ‘ontdekking van de eeuw’ genoemd – maakte hij nogal onverwacht zo’n opmerking over het hier en nu. Hij zei toen, dat als je je bedenkt hoe onbeduidend onze plek is en hoe onbeduidend wijzelf ook zijn in dat onmetelijke heelal, dat je je dan toch niet meer kunt voorstellen dat mensen zo onverdraagzaam zijn jegens elkaar.

‘Dat was geen slip-of-the-tongue. Ik vind dat echt. Alleen schrijf ik er nooit over, omdat ik vind dat een populair-wetenschappelijk boek over sterrenkunde daar de plaats niet voor is. Maar ik probeer de dingen soms wel zo te beschrijven dat mensen dat uit zichzelf concluderen. Maar het kwam zomaar spontaan bij me op, de sfeer bij het programma was zodanig dat die opmerking wel gepast was. Later hoorde ik dat mensen door die opmerking geraakt waren.’

 

Kosmische kijk

 

‘Ik ben ervan overtuigd dat er een relatie is tussen de manier waarop je je leven inricht en de kennis die je hebt van je plaats in ruimte en tijd. Dat blijkt trouwens vaak genoeg. Astronauten komen uit de ruimte terug met een nieuwe visie op het bestaan. Denk aan Wubbo Ockels, zijn leven stond later volledig in het teken van duurzaamheid. Dat doet het heelal met je. Maar goed, je kunt zoiets ook ervaren als je naar plaatjes kijkt hoor. Stel je voor dat we voor zulke inzichten eerst allemaal de ruimte in moeten...

‘Maar eigenlijk, en dat vind ik al heel lang, zou iedereen die verantwoording draagt voor ons bestaan – leraren, politici, ceo’s – verplicht een stoomcursus sterrenkunde moeten krijgen. Een kosmische kijk op het bestaan helpt je te relativeren. De wereld wordt er een betere plaats door, dat geloof ik echt. En door mijn activiteiten probeer ik die bewustwording bij mensen een beetje aan te wakkeren.’

 

 

 

v
6-3-2018 Tekst: Interview met Govert Schilling
Leuhof
Lees meer over Leuhof
Boek nu
Nacht van de Nacht

Lees meer over de Nacht van de Nacht op 27 oktober. Dan wordt op veel plaatsen in Nederland het licht gedoofd. Meer weten over het donkerste plekje van Nederland? Bezoek onze woning Meerbekke.