Mooie herinnering aan barre tijden

De vogels in het voorjaar, de schitterende kleuren in de herfst, elk seizoen heeft zijn charmes. Het is hier het hele jaar door kicken’. Helma Braat is dol op het natuurgebied waar zij opgroeide en waar ze nu Boswachter Communicatie & Beleven is. Verslag van een wandeltocht door het Brabantse land nabij Zundert.

Het is de warmste dag van het jaar. Nergens een zuchtje wind. De hemel staat loeiblauw boven bos, veen en hei. Voor een wandeling door een voormalig turfwingebied is het niet het beste moment, zo lijkt het. ‘Maak je geen zorgen’, zegt Helma Braat, de optimistische boswachter Communicatie & Beleven van Natuurmonumenten. ‘In het bos is het goed uit te houden. En vanaf de bosrand heb je een goed zicht op het karakteristieke veen- en heidelandschap. Het komt wel goed.’

We treffen elkaar in Herberg ’t Pannehûske, dat bij een van de toegangswegen naar het natuurgebied staat. Lang geleden was deze uitspanning het ‘betaalhuisje’ voor de turfstekers.

 

Turf, bier en kunst

 

Wil Nouws, de eigenaar van Herberg ’t Pannehûske, komt even bij ons aan tafel zitten. Als iemand iets weet van de geschiedenis van deze plek, dan is hij het wel.

‘De turfstekers woonden gedurende de werkweek in plaggenhutten op het landgoed. Ze leefden in barre omstandigheden. Als ze betaald waren, gingen ze vaak eerst naar het café. Vanaf 1635 had je Café In den Ancker, opgericht door Brouwerij ’t Ancker uit Breda, dat zit een eindje verderop. En later was er dus ook ’t Pannehûske. De herberg heeft ook nog gefungeerd als tolhuis. Wie over de Rucphense weg tussen Rucphen en Zundert wilde pendelen, moest daarvoor betalen. Later, rond 1900, is het landgoed in bezit gekomen van de familie Van der Hoeven, waarvan de dichteres Henriëtte Roland Holst een nazaat was. De cultuurhistorie van dit gebied wordt gedomineerd door de turfgeschiedenis, de twee herbergen en de kunstzinnige familie Roland Holst. En ook een beetje door Vincent Van Gogh, want die is in Zundert geboren.’

 

Turfschip van Breda

 

We lopen over landgoed de Oude Buijsse Heide. Helma wijst om zich heen. ‘Overal zie je hier de restanten van de turfgeschiedenis. Al die slootjes en vennetjes zijn tijdens eeuwen van turfafgravingen ontstaan. Het is een typisch cultuurlandschap, bijna alles is het resultaat van menselijk ingrijpen. De flora is er ook door veranderd. Op de voedselarme bodem groeien nu bijzondere soorten als de blauwe klokjesgentiaan.’

In het bos is het doodstil. Geen vogel roert zich. We zien een koet in een vennetje. Zelfs het water rimpelt niet, zo sloom beweegt hij zich voort.

‘De nazomer is gewoon niet het beste seizoen voor vogelliefhebbers’, zegt Helma. ‘Maar op andere momenten is er juist veel te beleven. En vooral te horen. Eerder werkte ik op Tiengemeten, in de deltanatuur. Daar zie je elke dag massa’s vogels. Spectaculair. In een gebied als dit ben je aangewezen op je oren. Dat is een heel andere beleving, ook bijzonder.

‘Toen ik hier kon komen werken, heb ik dat meteen gedaan. Hier ben ik opgegroeid. Als kind al ging ik graag naar de bossen. Liefst zo vroeg mogelijk. Je hoort dan hoe het gebied tot leven komt. Eerst begint de veldleeuwerik te zingen, dan komen stukje bij beetje de andere vogels. Als je met iemand op stap bent die je vertellen kan welk vogeltje welk geluid maakt, kun je op die manier leren ze van elkaar te onderscheiden.’

 

Vier meter hoogteverschil

 

Natuurmonumenten beheert in West-Brabant ongeveer 2000 ha land. Binnen de Turfvaartse landgoederenzone bij Zundert zijn zes verschillende gebieden te onderscheiden, die in hun namen herinneren aan de landgoederen die er vroeger waren. We lopen door een gemengd bos: beuk, berk, fijnspar en den. Veel varens ook, braamstruiken, bosbes, lijsterbes. Onder onze voeten ligt zandgrond.

‘Kun je je voorstellen dat dit gebied op sommige plekken ooit vier meter hoger is geweest?’, vraagt Helma. ‘De turf is volledig afgegraven. Men ging door tot een zandlaag bereikt werd, de zandlaag waar je nu op staat. In Brabant zeggen we dan dat dit gebied “uitgemoerd” is, dat wil zeggen volledig afgegraven. Moer is een regionaal woord voor turf.’

 

Zeven wandelroutes

 

‘Er is een heel gevarieerd gebied ontstaan op de voormalige turfafgravingen’, vertelt Helma. ‘Met bossen, heide, akkertjes met houtwallen, vennetjes, noem maar op. Ook de fauna is boeiend. Voor vossen en reeën is het hier een paradijs. Je kunt hier namelijk heel goed schuilen. Eekhoorns, boommarters, steenmarters, het loopt hier allemaal rond. Op de hei lopen heidekoetjes, een speciaal ras. En dan zijn er de vogels nog. Nachtegalen hoor je ’s avonds in de houtwallen zingen. Ook daarom ga ik hier buiten werktijd vaak naar toe.’ Natuurmonumenten heeft voor dit gebied zeven verschillende wandelroutes uitgezet. Op hun website worden ze uitgebreid toegelicht.

 

Cultuurdragers

 

We lopen langs een theekoepeltje richting Angorahoeve, Herenkamer en Atelier Roland Holst. Het landgoed waarop deze gebouwen staan, is in 1900 in bezit gekomen van Ida van der Schalk, de moeder van Henriëtte Roland Holst. Zij liet het in 1914 na aan de dichteres. Zij en haar man brachten elk jaar vele maanden door in de Angorahoeve en ontvingen in de Herenkamer de grote cultuurdragers van Nederland uit die tijd: de historicus Johan Huizinga, de dichter Herman Gorter, politicus Willem Drees, de architect Berlage en vele anderen. Op de schouw van de Herenkamer – nu te huur voor bijeenkomsten – staan foto’s uit die tijd.

Een eindje verderop staat het prachtige Atelier Roland Holst, de werkruimte van Richard Roland Holst, ontworpen door de eerste vrouwelijke architect van Nederland: Margaret Staal-Kropholler.

‘Mooi, vind je niet? Maar er zit wel een treurig verhaal aan vast’, zegt Helma. ‘Het Atelier, een rijksmonument uit 1919, was net gerestaureerd toen het in 2011 tot de grond toe afbrandde. Men zegt dat het vuur aangestoken was. Gelukkig is het een jaar later helemaal hersteld. Maar wat je ziet, is in feite een replica.’

Zowel de Angorahoeve als het Atelier doen nu dienst als vakantiewoning.

 

 Nachtwachter

 

We stoppen even bij een grote, ongeordende stapel dood hout, pal naast een wandelpad. ‘Je denkt misschien: waarom ruimen ze die boel niet even op. Maar we laten het jaren liggen om een goede reden. Dieren vinden het fantastisch. De gladde slang bijvoorbeeld kan er lekker zonnen, maar hij kan ook wegkruipen om bescherming te zoeken. We creëren veel van dit soort plekken voor reptielen, amfibieën, insecten en vogels. Om het wat oneerbiedig uit te drukken: dit soort houtstapels vormen een soort vreetschuren, vooral voor vogels. Zoiets als onbeperkt spareribs eten, maar dan met insecten.’

En kinderen kijken er hun ogen uit. Een bijzondere activiteit is namelijk de voorjaarsexcursie met de nachtwachter. Die gaat ’s nachts met kinderen het bos in. De kids krijgen elk een zaklampje mee en daarmee gaan ze beestjes zoeken in zo’n houtstapel.

‘Een torretje overdag is iets heel anders dan een torretje ’s nachts! Vergis je niet. Zo’n nachtelijke tocht is een belevenis die je je hele leven met je meeneemt. Het is een hele mooie manier om kinderen met de natuur in aanraking te brengen.’

 

 

 

 

v
6-3-2018 Tekst: Interview met Helma Braat
Roland Holst
Lees meer over het atelier
Boek nu
Lees het hele verhaal

Lees de uitgebreide versie van het interview met boswachter Helma in onze brochure.

 

Vraag hem hier aan