Wildplukken

Hoe heerlijk is het om tijdens een fietstochtje de rijpe besjes langs de kant van de weg te plukken en te eten? Een prima manier om op deze wijze in contact te komen met de natuur. Maar wat kan en wat mag? In dit blog tips en tricks over wildplukken én een succes recept.

 

 

Wildplukken, mag dat?

In de praktijk wordt het wildplukken - mits het beschaafd gebeurt - door de vingers gezien. Vruchten verzamelen voor eigen gebruik wordt toegestaan. En dan gaat het niet om emmers vol bramen of bessen maar slechts om een klein bakje vol. Uiteraard zorg je er voor de struiken niet leeg te plukken; de vruchtdragende struiken en bomen zijn immers een belangrijke voedselbron voor de dieren. En die kunnen niet naar de supermarkt als de struiken leeg getrokken zijn.
Lees voor dat je op stap gaat nog even de regels op de website van Staatsbosbeheer.

 

Do’s & don’ts

Alles begint bij die fancy wildplukzak (die bij de brochure bijgesloten is). Omdat een goede voorbereiding het halve werk is, draag je een lange broek en een shirt met lange mouwen en dichte schoenen – je gaat tenslotte de bosjes in. Daarbij is het handig om een schaar en iets tegen insectenbeten mee te nemen. Nu kan je beginnen.

De vruchtjes die je ziet tot aan kniehoogte pluk je niet; deze kunnen sporen van urine van dieren bevatten. Er zijn een heleboel soorten planten en paddenstoelen. Veel zijn eetbaar, maar heus niet alle. Zo zijn er eetbare en giftige paddenstoelen. Om deze van elkaar te onderscheiden is best enige kennis van zaken nodig. Pluk je vruchten langs de kant van akkers of weilanden? Dan moet je wel heel zeker weten dat deze struiken niet bespoten zijn met landbouwgif.

 

Wat wordt er het meest geplukt?

Op de wildplukwijzer is te zien op welke plek in jouw buurt er wat te plukken valt. Belangrijk is dat je iets plukt wat je zelf herkent. Zeker als je beginner bent op dit vlak is dat wel zo veilig. Hieronder een lijst met de top 10 makkelijkst te plukken lekkers uit de Nederlandse natuur:

 

  1. Bramen

Deze vruchtjes zijn goed te herkennen en daarom makkelijk te plukken. De braam is, net als de framboos, een verzamelvrucht. Het is eigenlijk een klein trosje fruit. Bramen staan graag in de zon, al doen ze het op een half beschaduwde plaats ook goed. De smaak van de braam die door de zon goed is gerijpt is wel het lekkerst. In juli, augustus en september zijn ze te plukken, bijvoorbeeld langs bospaden.

 

  1. Brandnetels

Voordeel van dit plantje is dat deze werkelijk overal te vinden is. Daarnaast zitten brandnetels boordevol vitamines en meer gezonds. Knip de jonge toppen af (trek wel even handschoenen aan). Leg ze in warm water of houd ze onder de kraan en de prik verdwijnt. Brandnetels kunnen in de thee, in de soep, rauw of gestoofd in de stamppot met aardappel. Trek een heerlijke frisse thee van verse brandnetelbladeren (doe hele verse bladeren in een mooie glazen theepot of theeglas) of droog ze eerst en maak er dan thee van. Zo heb je ook in de winter een verfrissend kopje brandnetelthee.

 

  1. Paardenbloemen

De paardenbloemetjes kan je stomen, wokken, in je thee stoppen of de gele blaadjes over een salade strooien. Rauw paardenbloemblad kun je, goed fijngesneden, ook prima door een zomerse stamppot stampen. Hoe vrolijk!

 

  1. Bosbessen

De bessen, rauw of gekookt, smaken zoet en bevatten een hoog gehalte aan vitamine C. Gebruik de bessen voor jam of voor sap. De vruchten kunnen worden gedroogd en als krenten worden gebruikt. Van de bladeren kan je thee maken.

 

  1. Walnoten

Walnoten kunnen gegeten worden, zodra ze in de herfst van de boom gaan vallen. De noten kunnen rauw worden gegeten of in allerlei gerechten worden verwerkt. Uit de noten kan een olie gewonnen worden. De olie is geschikt voor salades en om mee te bakken. Wel even opletten, want de olie is maar kort houdbaar.

 

  1. Madelief

Het madeliefje is vindbaar in weiden, dreven en graslanden. Met de bloemen kun je een salade versieren, of een taartje mooi maken. Je kunt die blaadjes door de sla doen. En dan de sla versieren met de bloemen. Want ook die kun je eten. Of je versiert de soep: door de warmte van de soep openen de bloempjes zich heel mooi. Een leuke verassing bij het opdienen!

 

  1. Munt

Het is een plant die groeit op vochtige tot natte, voedselrijke grond en is te vinden op bouwland, aan waterkanten, in moerassige graslanden, langs vennen en in loofbossen. Munt bloeit van juli tot september met roze-violette of witte, 2,5-3 mm grote bloemen. Aarmunt en daarvan zowel de verse als de gedroogde bladeren, is eenvoudig te gebruiken bij culinaire toepassingen zoals het maken een mojito of thee.

 

  1. Zevenblad

Dit plantje is te vinden in heggen, tuinen, wegbermen en akkerranden op vochtige of bemeste grond. De bloeitijd is van mei tot augustus. Zevenblad, de naam zegt het al, heeft meestal zeven bladeren (al kan hij kan ook drie, vijf of negen bladeren hebben). De smaak heeft wel wat weg van peterselie. Je kunt er van alles mee maken, bijvoorbeeld pesto. Zevenblad is één van de gezondste wildplanten: het bevat magnesium, caroteen, vitamine C, kalium en calcium.

 

  1. Hondsdraf

Je vindt hem in bermen, in de duinen, in uiterwaarden, aan waterkanten en op beschaduwde omgewerkte grond langs struweel en bosranden. Hondsdraf is een kruid dat veel antioxidanten in zich heeft. De plant heeft een volle smaak en je kunt het gebruiken om je soep, kruidenboter of hartige taart mee te kruiden of er thee van te maken. Wil je thee met een sterkere smaak? Dan kan je deze wilde plant beter eerst laten drogen.

 

  1. Veldkers

Deze plantjes vallen niet zo op. Klein en wit, wie let daarop? Het groeit in de tuin in de volle grond, in verdwaalde potten, tussen de stoeptegels, overal. Bij proeven smaakt het naar tuinkers. De blaadjes smaken pittig, een beetje peperig. Doe de blaadjes in de soep of de stamppot. Of samen met een plakje kaas op je boterham.

 

Laat altijd iets van hetgeen je plukt, staan. En natuurlijk pluk je niets op plekken waar nauwelijks plantjes zijn. En eenmaal thuis spoel je je opbrengst goed af. Eetsmakelijk!

 

Geplukt recept

Nodig:

  • 400 gram bramen
  • 400 gram suiker
  • Pan
  • Beetje water
  • Glazen potten met deksels

 

Doe de bramen en de suiker in een ruime pan en breng aan de kook. Dit drie minuten door laten koken. Vul de potten met een bodempje water en doe deze in de magnetron op 750 watt. Giet de potten leeg en schep de jam in de nog warme potten. Leg de deksels even in kokend water, terwijl de potten in de magnetron zijn. Doe vervolgens de deksels op de potten en laat het afkoelen. Hoor je na enige tijd een klik? Mooi, dan is de pot goed gesloten.

Bramenjam, goed op een boterham en heerlijk over ijs!

 

Heb je uit een van deze 10  iets lekkers gemaakt en wil je dat delen? Laat het ons weten en gebruik #wateenontdekking en #buitenlevenvakanties op Instagram.

v
4-6-2019 Tekst: Mireille Keller
Buitenleven magazine 2019 met nieuws en interessante interviews
Bestel gratis
Bronnen:

Oogsten Zonder Zaaien

Staatsbosbeheer

Oerrr van Natuurmonumenten

 

Enthousiast geworden of wilt u meer weten over wildplukken? Check dan de site van Mevrouw Onkruid eens.